Staatssecretaris ziet nog geen hogere BPM-opbrengst door WLTP

Staatssecretaris Menno Snel van Financiën ziet nog geen hogere BPM-opbrengst door de nieuwe WLTP-testmethode voor de vaststelling van de CO2-uitstoot.

Dat schrijft hij begin mei 2018 in zijn beantwoording van Kamervragen over de Fiscale Beleidsagenda. Gevraagd wordt hoe de verwachting van autoimporteurs dat de BPM de komende jaren stijgt, te rijmen is met een budgetneutrale omzetting.

Snel antwoordt dat de BPM-opbrengst over 2017 is gestegen ten opzichte van de opbrengst over 2016. Dat de BPM ook de komende jaren zal stijgen, acht hij - ondanks de verlaging van de BPM-tarieven met 14,7% over de periode 2017 - 2020 - gezien de marktomstandigheden niet ondenkbaar. De macro-economische inschattingen van het CPB voor de komende jaren zijn immers positief. Bij een hogere economische groei kopen consumenten meer en grotere auto’s. Een grotere auto heeft over het algemeen een hogere CO2-uitstoot en dus een hogere BPM. Op dit moment ziet de staatssecretaris geen verandering in de BPM-inkomsten als gevolg van de WLTP. In de toekomst is het – naast fluctuerende BPM-inkomsten als gevolg van economische ontwikkelingen of veranderende consumentenvoorkeuren - mogelijk dat de WLTP leidt tot verschuivingen in de CO2-uitstoot tussen de verschillende autosegmenten. Snel streeft ernaar de totale BPM-opbrengst niet te laten stijgen enkel als gevolg van de WLTP. 

Om inzicht te krijgen in de CO2-uitstoot van met de nieuwe WLTP-testmethode geteste auto’s, werkt de staatssecretaris samen met het ministerie van I&W, de RDW, TNO en marktpartijen aan een onderzoek. Op basis van de resultaten van dat onderzoek kan hij dan meer duidelijkheid geven over het proces van de omzetting van de BPM naar op WLTP-gebaseerde tarieven. De ingangsdatum van die nieuwe BPM-tarieven is op dit moment nog niet bekend.